29.06—06.10.2024
dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u
dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u dinsdag t.e.m. zondag van 10u tot 18u

Het ochtendlicht door de ogen van Charif Benhelima

08.07.2024
TRIENNALE KORTRIJK OPBOUW 029
Charif Benhelima onderzoekt via fotografie thema’s als oorsprong, identiteit, representatie en perceptie.  In de Triënnale Kortrijk toont hij de reeks Morning Light.

Beste Charif, uit je jeugd heb je weinig tastbaar fotoarchief, wellicht evident dat je al vlug geboeid was door fotografie.

“Toen ik drie jaar was, werd mijn vader het land uitgezet, mijn moeder stierf toen ik acht was. Als kind verlies je dan alles. Daarna ging het van instelling naar instelling. Dat betekent dat ik een grote invulling geef aan wat ‘omgeving’ betekent. Tegelijkertijd was ik als kind heel stil, keek veel rond, maar ik kon niet goed lezen. Als we tv keken, moest ik ervoor zorgen dat ik het verhaal kon volgen en lezen via beeld. Pas veel later besefte ik dat ik me beter op taal moest focussen. Vandaar dus fotografie.”

Zo is al snel je beeld scherp ontwikkeld. Als kind had je Marokkaanse roots en werd je al snel wees.

“Eens in een vervanggezin, word je geconfronteerd met het feit dat je innerlijk en uiterlijk anders bent. Terwijl ik dat voordien nooit had want ‘ons’ moeder was gewoon Francine... Dat was allemaal normaal, maar plots deden mensen daar raar over. Voor mij wordt een identiteit deels gevormd door hoe de anderen over je denken.”

Laten we overgaan naar dat eerste boek met ‘klassiekere’ documentaire zwart-wit foto’s: Welcome to Belgium, een reeks die je leven tussen 1990 en 1999 beslaat en met kleinbeeldcamera werd vastgelegd.

“In 1990 startte ik met fotografie in Sint-Lucas Brussel. Opgegroeid gedurende de jaren 70 en 80 als een van de weinige kind-Marokkanen in West-Vlaanderen. Ik kende het, ‘hoe mensen over ons dachten’. Tot ik in Brussel arriveerde, waar ik geconfronteerd werd met een groep mensen die veel gemeenschappelijk hadden met mij, mijn naam. Ik dacht: ‘Wie ben ik ?’. Een ander deel gaat over het document dat in 1964 door de Belgische overheid naar Arabische landen werd gestuurd met de vraag om in de mijnen te komen werken: Welcome to Belgium. Ik ben ervan uitgegaan dat mijn vader daar ook deel van uitmaakte. Welke beloften werden er destijds gemaakt? Het conflict dat vanaf de jaren 90 ontstond, alsook de negatieve spiraal over die gemeenschap, bleef maar aanslepen. Maar gedurende de jaren 80 werden deze mijnen één voor één gesloten. Er onstond een gigantisch probleem. Dus ja, ik identificeerde mezelf met buitenstaanders.”

Uit je driejarig verblijf in New York, ontsproot Harlem On My Mind. Vooral de zwarte bevolking poseerde voor de lens van je polaroidcamera. Daarop volgde nog een andere reeks, Semites, die we in Be-Part te zien kregen. Je kwam te weten dat je naast Arabische, ook Joodse roots had.

“Het werd ruimer. En ingewikkeld omdat ik het niet onmiddellijk begreep. Toen ik in New York arriveerde, kreeg ik een spiegel voorgeschoteld over mijn eigen situatie, vanuit een gemeenschap die al langer gediscrimineerd werd. Het Harlem On My Mind - I was, I am. Ook ben ik daar te weten gekomen dat mijn familienaam een Joodse, Sefardische betekenis had – Sefarden zijn Arabische Joden wier voorouders in Spanje en Portugal leefden – wat de achtergrond van mijn vader bleek te zijn en een grote indruk op mij maakte.”

Je beseft daar des te meer: België is eigenlijk mijn thuis.

“Daar drong het tot mij door dat ik Belg was. Dat er een cultuurverschil is en dat je cultuur meer afhankelijk is van hoe je bent opgegroeid en wat je omgeving betekent, dan wat je naam is. Ook later, toen ik naar Marokko trok besefte ik des te meer dat ik ook daar ‘een vreemde eend in de bijt was’.”

Dit mondde uit in een reeks polaroids met een lichtwaas over de gezichten: jouw realiteit toen, die je zelf ooit ‘fake documentary work’ noemde. Je schopt sowieso graag tegen die regels van de fotografie. Latere reeksen waren overbelicht, wazig, etc. Ook het less is more principe is je niet vreemd. Je beelden zijn super gelaagd, alsof je maar blijft zoeken. Laat je de kijker zelf alles bijeensprokkelen omdat je dat zelf ook moest doen?

“Ik vertel een verhaal. Dat heeft meestal een bepaalde logica. Hoe waarheidsgetrouwer een verhaal wordt verteld, hoe logischer het wordt. Ik heb een wetenschappelijke opleiding gehad. Vanaf het begin is het een opbouw, een kleine verderzetting van een persoonlijke wandeling. Zoals bij het lezen van een boek begin je vanaf de eerste pagina te lezen en bouw je op tot het einde. Dat is een logische verderzetting.”

"Ik ben iemand die heel lang werkt op thema's. De manier waarop ik dat vormgeef kan jaren duren. Jullie zullen een collage zien in een breedvoerige sequentie, een ‘lang’ idee van verschillende soorten beelden achter elkaar die een suggestie geven van wat een dag kan zijn."  
TRIENNALE KORTRIJK OPBOUW 027

Als je de achtergrond van je (leven en) praktijk niet kent en je pikt zomaar iets uit je werk, kan dat uiteraard onbegrijpelijk overkomen…

“Dat is mijn probleem niet. Ik vertaal als een architect. Je kan een gebouw zien van binnenuit, van buitenaf of op een plan. Ik kijk naar één iets vanuit verschillende soorten perspectieven. Een volbracht verhaal, met verschillende hoofdstukken. Het einde van een hoofdstuk is altijd een nieuw begin van een volgende.”

De reeksen zijn geen ongoing projects?

“Het is een verderzetting. Ieder einde is een opportuniteit om opnieuw te starten. Mijn eerste boek is gebaseerd op de ideeën van Hannah Arendt. Veel filosofen leggen het accent op ‘het einde’, op de dood. Zij start vanaf de geboorte, ‘het begin’. Voor haar is dat een nieuwe kans, hoop, vrijheid. Mijn boek Welcome to Belgium gaat ook daarover, het boek eindigt met de geboorte van een kind, hoop. Een cyclus.”

After Paradise gaat ook over self empowerment als mens en kunstenaar: verantwoordelijkheid nemen in deze niet altijd zuivere, wars van ethische normen en op geld beluste maatschappij. Los van het inhoudelijke willen de curatoren de rijke Kortrijkse geschiedenis met het historisch hart van Kortrijk en de recente stadsvernieuwing tonen. Hoe is het voor jou om die stad nu met andere ogen te zien?

“Het nieuwe werk gaat over de mogelijkheid om opnieuw te starten. Het geeft me de speelruimte om het thema identiteit waar ik altijd mee bezig ben, telkens op een andere manier opnieuw in te vullen. Een deel van dit werk toonde ik al in het museum van Hedendaagse Kunst in Boedapest. Morning Light is eigenlijk het licht voordat de zon opkomt. Dat licht is eigenlijk het licht van de verwachting. Het einde van de nacht, het begin van de dag: hoop, daar gaat mijn werk over.”

Je zal je werk brengen in een van de twee Broeltorens. Ik vind dat het daar inhoudelijk en visueel goed in past: een letterlijke en figuurlijke geschiedenis. Het zijn geen afgewerkte producten, de kijker moet heel wat zelf invullen.

Ik ben iemand die heel lang werkt op thema’s. De manier waarop ik dat vormgeef kan jaren duren. Jullie zullen een collage zien in een breedvoerige sequentie, een ‘lang’ idee van verschillende soorten beelden achter elkaar die een suggestie geven van wat een dag kan zijn.

Elke foto zit ingebed in een groter geheel. We krijgen fragmenten te zien. Maar ook het zicht en het geheugen is fragmentarisch. De kijker heeft context nodig, anderzijds zullen tig passanten onbevangen een kijkje gaan nemen.

“Dat iemand een werk ziet dat hij niet noodzakelijk kan invullen, is niet erg. Anders leest het als een Agatha Christie: na het lezen kan je het in de prullenbak smijten. Wat is eigenlijk een kunstwerk? Dat is iets dat altijd blijft communiceren. Dat je op iedere periode in je leven opnieuw kan lezen. Met een nieuwe blik. Moet je de context van het verleden kennen? Als je dieper in mijn werk wilt gaan, heb je dat wel nodig.”

In je titels kunnen mensen ook geen ondertoon vinden. Integendeel. Morning Light is bijna een poëtische titel. Aan muzikanten die op grote festivals spelen, vragen ze weleens: ‘Bij welke artiest was je het meeste trots dat je er de affiche mee mocht delen?’ Hoe zit dat bij jou?

“Ik ken de meeste kunstenaars. En ik vind het mooi dat er een jonge generatie in zit. Bijvoorbeeld Shirley Villavicencio Pizango of Kasper Bosmans. Daarnaast heb je Roni Horn, Felix Gonzalez-Torres, Oksana Pasaiko en René Heyvaert.”

Je moet bijna ‘in de kunst zitten’ om de namen van de kunstenaars die deelnemen aan de Triënnale te (her)kennen. Wat ik positief vind. Het is kwaliteit. Het zijn geen kunstjes. Welke eigenschap waardeer jij zelf het meest in andere kunstenaars?

“Wat ik respecteer bij andere kunstenaars en waar ik zelf heel erg voor sta, is een volledig engagement naar het werk toe. Voor mij gaat het alleen over mijn werk, ik maak weinig compromissen. Het engagement in je eigen werk en de eerlijkheid daarin vind ik heel belangrijk. En of je daar nu veel of weinig succes mee hebt, doet er niet toe. Zolang dat maar een bijdrage doet naar een bepaalde generatie toe.”

Interview door Hilde Van Canneyt
Foto's: Joselito Verschaeve