We blikken terug op een geslaagde editie 2024 vol kunst, verwondering en ontmoeting. Tot in 2027 voor een nieuwe editie van Triënnale Kortrijk!—We blikken terug op een geslaagde editie 2024 vol kunst, verwondering en ontmoeting. Tot in 2027 voor een nieuwe editie van Triënnale Kortrijk!—We blikken terug op een geslaagde editie 2024 vol kunst, verwondering en ontmoeting. Tot in 2027 voor een nieuwe editie van Triënnale Kortrijk!—We blikken terug op een geslaagde editie 2024 vol kunst, verwondering en ontmoeting. Tot in 2027 voor een nieuwe editie van Triënnale Kortrijk!—We blikken terug op een geslaagde editie 2024 vol kunst, verwondering en ontmoeting. Tot in 2027 voor een nieuwe editie van Triënnale Kortrijk!—We blikken terug op een geslaagde editie 2024 vol kunst, verwondering en ontmoeting. Tot in 2027 voor een nieuwe editie van Triënnale Kortrijk!—We blikken terug op een geslaagde editie 2024 vol kunst, verwondering en ontmoeting. Tot in 2027 voor een nieuwe editie van Triënnale Kortrijk!—
Waterverf en gouache op karton, 23,5 cm × 27,5 cm.
In de vroege reeks tekeningen Zonder titel (1994) waar we nu naar verwijzen als dekenvrouwen introduceerde Berlinde De Bruyckere de menselijke figuur in haar werk, waarna sculpturen als Spreken (1999) volgden. Golvende haren, of een deken zoals in Spreken bedekken hun herkenbare en identiteitverstrekkende kenmerken. In ons lijden zijn we allen verbonden. De gebruikte materialen zijn metaforen en herkenbare vormen die de toeschouwer herinneren aan hun eigen realiteit.